Agenda:

   Taal:    nederlands   Frysk Welkom Nieuws Kerk Terkaple Prikbord Contact  

Menu

Dorpen en bewoners
Oare tiden voorwoord
Oare tiden aflevering 1
Oare tiden aflevering 2
Oare tiden aflevering 3
Oare tiden aflevering 4
Oare tiden aflevering 5
Oare tiden aflevering 6
Oare tiden aflevering 7
Oare tiden aflevering 8
Oare tiden aflevering 9
Oare tiden aflevering 10
Oare tiden aflevering 11
Oare tiden Triennen van Eagmaryp


Plaatselijk belang
De Earrebarre
Voorzieningen
Jongeren
Verenigingen
Bedrijven
Agenda
Fotoalbums
Youtube
Gastenboek
Links


Aflevering 7:

Geschiedenis van “de Lege Wâlden”

Deze keer wat meer over historische zaken betreffende Goïngarijp. Zoals ik al eens eerder

opgemerkt heb moet Goïngarijp ontstaan zijn op een zandrug waar de mensen veilig waren

voor de geregelde overstromingen. Men is hier gaan wonen aan een stroompje of riviertje en

zo is er een streekdorp ontstaan. Die riviertjes voerden hun water af via de Boorn naar de

Middelzee. De hedendaagse Lijkvaart kan nog best een restant zijn van dat riviertje. Vanuit

Goïngarijp voert de Lijkvaart naar Ballingbuer en daar gaat hij over in de Joustervaart. Dat

was indertijd een druk bevaren waterweg naar Sneek.

De grens tussen Goïngarijp en Terkaple is altijd de oude Slachtedijk geweest die omstreeks

het jaar 1000 is aangelegd. De oude Slachtedijk was ook de grens tussen de gemeenten

Doniawerstal en Utingeradeel. Of de Slachte aangelegd is op de grens van de gemeenten, of

dat de grens getrokken is over de oude Slachte is niet bekend. Zo’n grens werd “Skien” of

“Skeen” genoemd en soms ook wel “Scheen”. Het kon wel eens een verkorting zijn van

“skieding” (scheiding).

In de beneficiaalboeken is sprake van “doorgaande landen, terp ende huijssteedt streckende

van die scheenswal op die pollenswal” Land dus tussen scheen en poel. Enkele boeren

hadden ook land op de “Lytse Griene” en de “Grutte Griene” (eilanden in Sneekermeer),

meestal recht tegenover hun percelen op de vaste wal. In oude geschriften wordt ook

gesproken over “poelenswal”en “meerswal”, dus land dat grensde aan de poel of aan het

meer.

De bewoning liep vroeger verder noordwaarts door, want tot bijna bij de Heerenzijl zijn in de

grond sporen van bebouwing gevonden. Veel oudere sporen zijn gevonden in de

Goïngarijpster Poel, o.a. stenen werktuigen die men gedateerd heeft op ongeveer 5000 v.Chr.

Er wordt ook gesproken over een klooster aan de noordkant van het dorp, maar duidelijke

bewijzen hiervoor zijn er niet. Er is alleen de naam “Kleasterwei”. Als er al wat gestaan heeft

dan moet dat denk ik een uithof van een klooster in de buurt zijn geweest. Over een

zelfstandig klooster in Goïngarijp is niets bekend.

Als wij een volgende keer schrijven over kerk en geloof, komt natuurlijk ook het kerkelijk

leven in Goïngarijp ter sprake.

Aan het eind van dit stukje nog een ode aan de Goïngarijpster Poel, geschreven door Piter

Jelles Troelstra.

De Gonrypster Poel

Sjuch, dêr komt in brúntsje oan waeijen,

o, hoe noflik en hoe koel.

Lit mar driuwkje, sêrftjes slurkje

oer de Goaiingarypster Poel.

Lytse doarpke is wei yn’t beambte;’

mar it tsjûcht fan syn bestean

troch de kleare klokketoanen,

dy’t oer ’t swijend wetter gean.

Dêr Terkaple, hwer Marije

pronke mei har deade blom.

Fierderop it blier Terherne.

Dêr de mar, sa wiid en rom.

Oer dat alles struit de sinne

riinsk har waerme goudglâns út.

Frede floddert om ús hinne.

Wat men fielt – hwa sprekt it út?

Mar natûr hat sels hjir klonken;

’t ljurkje sjongt yn’t ivich blau,

klokken klinke, baerkes brûze,

wetterlân, hoe moai bistou.

Ut “Rispinge”, in bondel fersen fan Piter Jelles.

A. Boersma