Agenda:

   Taal:    nederlands   Frysk Welkom Nieuws Kerk Terkaple Prikbord Contact  

Menu

Dorpen en bewoners
Oare tiden voorwoord
Oare tiden aflevering 1
Oare tiden aflevering 2
Oare tiden aflevering 3
Oare tiden aflevering 4
Oare tiden aflevering 5
Oare tiden aflevering 6
Oare tiden aflevering 7
Oare tiden aflevering 8
Oare tiden aflevering 9
Oare tiden aflevering 10
Oare tiden aflevering 11
Oare tiden Triennen van Eagmaryp


Plaatselijk belang
De Earrebarre
Voorzieningen
Jongeren
Verenigingen
Bedrijven
Agenda
Fotoalbums
Youtube
Gastenboek
Links


Aflevering 5:

Geschiedenis van “de Lege Wâlden”

Deze keer zullen we wat meer vertellen over de watersituatie en de strijd van de bewoners

tegen het water. In een eerdere aflevering heb ik al verteld over het aanleggen van de

Slachtedijk van Joure tot voorbij Terherne. Deze dijk moest midden Fryslân beschermen

tegen het soms heel hoge water van de Friese Middelzee en nadat die was dichtgeslibd, tegen

het opdringen van het Sneekermeer.

Dat er in deze omgeving ook turf is gegraven staat wel vast. Met name de naam Zoutpoel

wijst op het afgraven van veen om zout te winnen. Een groot deel van het veengebied was

door de eeuwen heen zo vaak overspoeld met zeewater, dat dit zeewater na een overstroming

bleef staan en indroogde door de zon. Zo bleef er in bepaalde gebieden een zoutlaag achter.

Een deel van de Terkapelster Poel is ongetwijfeld ook ontstaan door afgraving van veen voor

turf. Dat is te zien aan de inhammen van de poel. Die lopen allemaal in de richting van de

verkaveling tussen Terkaple en Akkrum. Er zullen petgaten gegraven zijn met “zethagen”

ertussen. Die zethagen zijn in de loop van de tijd weggespoeld door de westenwind. Eén

zethaag is overgebleven in de poel. de "skonkepôle”,een smalle reep land waar men omheen

kan varen. Een zethaag was een smalle strook land tussen de petgaten. Men zette er

de natte turf op om te drogen. Dit proces ziet men ook in de Alde Feanen bij Earnewâld, waar

op verschillende plaatsen smalle strookjes land of eilandjes boven water uitsteken;

overblijfselen van zethagen.

De Slachtedijk zorgde ervoor dat de Zoutpoel en Terkapelster Poel in elkaar overliepen. De

dijk maakte een scheiding tussen beide. In de 16e eeuw is er een “zijl” of sluis in gemaakt

door de heren Dekema, Foyts en Cuik, de grote veenheren, die uit het veengebied met

turfschepen naar de Zuiderzee moesten om de turf in Holland te verkopen. De drie heren

begonnen een turfgraverij en –handel en vormden een compagnonschap in ongeveer het jaar

1550. Er werden twee compagnonsvaarten gegraven om de turf af te voeren; de Schoterlandse

en de Opsterlandse Compagnonsvaart. De bedoeling van de heren was eerst om de turfafvoer

via de Tjonger naar de Zuiderzee te doen, maar dat mislukte omdat de Tjonger vaak ondiep

was door droogte. Daarna hebben de heren een kanaal laten graven van Heerenveen naar

Haskerdijken, de Hearesleat. Later werd het Deel gegraven en het Akkrumer Rak.

Via de Terkapelster Poel kwamen de schepen voor de Slachtedijk. Daar heeft men toen een

sluis in gemaakt, zodat de weg vrij was naar de Zuiderzee en Holland. Zo waren de

“compagnons” en de gebieden aan de oostkant van de Slachtedijk beveiligd door dijk en sluis.

In de 16e eeuw waren dat voornamelijk Utingeradeel, Anjewier (Aengwirden) en

Haskerfiifgea (Haskerlân).

Onderling was er vaak verschil van mening over wat een ieder moest betalen aan onderhoud,

voornamelijk tussen de heren en de Lege Wâlden. Dat blijkt uit de beschrijving van een

rechtzaak uit de beneficiaalboeken van Fryslân. Een geschreven verhaal over een rechtzaak

tussen impretanten en gedaagden. De gedaagden werden ervan beschuldigd niet mee te willen

helpen bij de reparatie van sluis en dijk onder Terkaple.

In 1883 is de sluis weggespoeld bij een zware storm. In datzelfde jaar is het gat gedicht door

de aanleg van de nieuwe Slachtedijk tussen de beide poelen. Pas in 1969 is de verbinding

weer open gemaakt en bouwde men de Heerenzijlbrug.

Bij de brug ligt in de luwte voor de westenwind vandaag de dag een helling voor het te water

laten van kleine bootjes. In vroeger tijd was die luwe plek een soort haven waar de golfslag

van het Sneekermeer bijna niet kwam. De skûtsjeschippers kwamen hier even bij na het zware

tegen de wind in werken over de Terkapelsterpoel. Een mooie plek om even warm eten klaar

te maken. Maar het mocht niet te lang duren, want tijd is geld niet waar. Dus werd er in de

luwte gauw even pannenkoeken gebakken. Bij de schippers werd dat hoekje dan ook vaak “de

pankoekshaven” genoemd.

A. Boersma