Agenda:

   Taal:    nederlands   Frysk Welkom Nieuws Kerk Terkaple Prikbord Contact  

Menu

Dorpen en bewoners
Oare tiden voorwoord
Oare tiden aflevering 1
Oare tiden aflevering 2
Oare tiden aflevering 3
Oare tiden aflevering 4
Oare tiden aflevering 5
Oare tiden aflevering 6
Oare tiden aflevering 7
Oare tiden aflevering 8
Oare tiden aflevering 9
Oare tiden aflevering 10
Oare tiden aflevering 11
Oare tiden Triennen van Eagmaryp


Plaatselijk belang
De Earrebarre
Voorzieningen
Jongeren
Verenigingen
Bedrijven
Agenda
Fotoalbums
Youtube
Gastenboek
Links


 Aflevering 2:

Geschiedenis van “de Lege Wâlden”

In de vorige aflevering van onze krant heb ik beloofd met een verklaring te komen over de

aanwezigheid van vele boomstammen en ander hout in de grond. Welnu, hier is hij dan.

In de prehistorie, dat wil zeggen in de tijd dat er nog geen geschreven bronnen waren, in elk

geval vóór het jaar 1000, bestond de begroeiing in deze omgeving waarschijnlijk uit bos en

heidevelden op het zand.

Het waterpeil van de Noordzee steeg langzaam door het smelten van de Scandinavische

ijskap. Na de laatste ijstijd werd de ijslaag steeds dunner en trokken de gletsjers zich

langzaam terug naar het noorden. Door het rijzen van de zeespiegel werd ook de stand van het

grondwater hoger, want het hogere water kroop meer en meer door in het land door capillaire

werking. De grond werd natter en natter; het type bomen dat op de zandgrond groeide kon

hier niet tegen; wortels verrotten. De sparren en dennen van de zandgrond hadden in deze

natte grond ook te weinig houvast en waaiden om door westerstormen.

Een andere oorzaak kunnen de veenbranden geweest zijn waar de bomen niet tegen konden.

(door de hogere waterstand was veenvorming ontstaan) Sommige boomstammen die vroeger

boven water gehaald werden hadden brandsporen. Het is kenmerkend dat de boomstammen

die gevonden zijn, eigenlijk allemaal met de stam oost-west liggen. Men denkt daarom aan

stormen uit het westen.

Omdat het zeepeil hoger en hoger werd volgden er overstromingen, want dijken waren er

natuurlijk nog niet. Op laagliggende plekken bleef na een overstroming water staan en daar

ontstond, door nieuwe begroeiing, veenvorming. Later ontstond op dat veen een nieuwe

vegetatie van laag bos. Geen grote bomen, maar struiken en lage bosjes, een soort moerasbos:

de lege wâlden.

Denk in dit verband maar eens aan vandaag de dag. In rietvelden die niet meer gemaaid

worden, groeien langzamerhand steeds meer wilgen- en elzenbosjes.

De naam “de Lege Wâlden” is al heel oud. In een beschrijving van wettelijke regels uit 1450

genaamd “wilkerren” (willekeuren) komen wij de volgende plaatsnamen tegen: Bornstera

(Aldeboarn), Legha Walden, Mitsgaders Ackrim (Akkrum) en Lungersum (Nes).

Bij de eerder genoemde overstromingen bleven sommige hogere zandruggen boven water. Op

zo’n zandrug is naar alle waarschijnlijkheid Goïngarijp ontstaan. Het is genoegzaam bekend

dat in Goïngarijp op sommige plaatsen de zandrug boven het veen uitsteekt. Voornamelijk in

het land van Ruurd Lieuwes. Ook in de Blaugerzen is zo’n zandrug te onderscheiden.

Over bewoning van de streek praten wij een volgende keer.

A. Boersma