Agenda:

   Taal:    nederlands   Frysk Welkom Nieuws Kerk Terkaple Prikbord Contact  

Menu

Dorpen en bewoners
Oare tiden voorwoord
Oare tiden aflevering 1
Oare tiden aflevering 2
Oare tiden aflevering 3
Oare tiden aflevering 4
Oare tiden aflevering 5
Oare tiden aflevering 6
Oare tiden aflevering 7
Oare tiden aflevering 8
Oare tiden aflevering 9
Oare tiden aflevering 10
Oare tiden aflevering 11
Oare tiden Triennen van Eagmaryp


Plaatselijk belang
De Earrebarre
Voorzieningen
Jongeren
Verenigingen
Bedrijven
Agenda
Fotoalbums
Youtube
Gastenboek
Links


Dorpen en bewoners

De geschiedenis van de dorpen Akmarijp en Terkaple

 

 Het water

De rivier de Boorne  (grens) was een zijrivier van de Middelzee. In de 10e eeuw werd van Oudeschouw naar Oldeboorn de Slachtedijk als zeewering langs de Boorne aangelegd; dit gebeurde van Oudeschouw naar Joure in de 11e eeuw   (Slachte-slaan  of slôn).

Hierin lagen de zijlen bij Terhorne, de Zoute Poel en Akkrum en Joure. De zijl bij de Zoute Poel werd in 1554 door de compagnons  Van de Dekema, Cuyck en Foeytsvenen overgenomen en kreeg toen de naam Heerenzijl.

In de 17e eeuw raakde de Oude Slachte in verval en ook de zijlen werden niet meer onderhouden. In 1882 besloten de Staten van Friesland tot de aanleg van een nieuwe Slachtedijk met schutsluizen bij Terhorne en Joure en keersluizen bij Jongeburen en Goingarijp.

 

De ontginning

Op de kleigronden langs de Boorne vestigden zich mensen, zo ook bij Akkrum. Vanaf het jaar 1000 is het gebied hier gekoloniseerd en in cultuur gebracht.   Om de één  of andere reden, waarschijnlijk overbevolking, zag men zich genoodzaakt het lage midden van Friesland te koloniseren. Dit gebied lang toen meters hoger door het dikke veenpakket. Vaak begon men vanaf een riviertje en trok al sloten gravend de wildernis in. Struikgewas werd gerooid, bomen gekapt, het hout werd benut en de rest misschien verbrand. De ruige veenvegetatie veranderde in akkertjes waarop bijvoorbeeld rogge of boekweit werd verbouwd of het werd weide voor het vee. Schematische kaarten laten een merkwaardig patroon zien, waarbij sloten als parallel lopende lijnen in een bepaalde richting lopen en dat was dan de ontginningsrichting. Vaak ontmoetten die ontginningen uit verschillende richtingen elkaar en dan ontstonden er scheidingen die dikwijls de grillige begrenzing van de oude grietenijen zouden gaan vormen.Er ontstonden streekdorpjes waar eenvoudige boerderijtjes van hout, gevlochten wilgentenen of zodendaken stonden. Dure bakstenen zullen waarschijnlijk alleen voor kerkjes en stinsen gebruikt zijn.

 

 Het ontwaterde veenpakket kwam steeds lager te liggen door natuurlijke “inklinking”. Blootgesteld aan zuurstof verteert veen veel sneller. Later werd er ook turf gewonnen, afgestoken of opgebaggerd. Zeker nadat het hout door ontbossing schaarser was geworden. Dat deed ook het gevaar van wateroverlast toenemen. Toen zijn veel meren ontstaan of vergroot.

Door wateroverlast of uitputting van de bodem werden dorpjes verplaatst. Zo kreeg je het verschijnsel dat op oude kaarten soms midden in een kale wereld “een oud kerkhof” ligt.  Dit is misschien ook in Akmarijp gebeurd, dat zich vroeger veel dichter bij de Oude Geeuw (wijd water) bevond (“ ‘tOlthof van Akmarijp”).

De Lege Wâlden zijn dus in ontginning genomen vanuit het noord-oost gelegen kleigebied bij Akkrum; de dorpen Terhorne, Terkaple Eagmaryp en St. Jansgea ontstonden na verloop van tijd. Argumenten voor dit vermoeden zijn de vanuit de Boorne uitwaaierende verkavelingen en de naam Akmarijp van Akkrum afgeleid. (Akkrum-Ackrom  ---à

Eagmaryp-Ackrommaryp, betekent de ontginningsstrook bij Akkrum. Zo heete Snikzwaag toen (1315) Ackromrijpraswagh – weiland van de ontginningsstrook bij Akkrum. Zo lag ook St. Jansgea “op de Ackrommaryp”.  De naam Terhorne kan worden opgevat als “de hoek van het ontginningsblok”.

De dorpen verplaatsten zich met de ontginning mee tot  ze om verschillende redenen op één plaats bleven liggen; voor Terhorne vermodelijk op de elfde eeuwse ontginningsas; het dorp Terkaple op de twaalfde eeuwse ontginningsas en in de loop van de dertiende eeuw bereikten Akmarijp, St. Jansga en Snikzwaag hun huidige positie.

Dit verkavelingsproces is ook terug te vinden in de Terkaplesterpoelen, hoewel niet alleen daardoor ontstaan. Alle inhammen van de Terkaplesterpoelen en Terhornsterpoelen liggen in de richting noord-oost. Door wind en water zijn bijna alle “sethagen” (hoge strook grond waarop de baggergrond uitgespreid ligt) tussen de petgaten weggespoeld. Een enkele sethage  is nog te vinden, bijvoorbeeld de Skonkepôlle in de Terkaplesterpoelen.

Een leuk historisch gegeven is de naam “Pankoekhaven”, een inham aan de Zoutepoel vlak bij Heerenzijl. Deze naam is ontstaan inde periode 1700-1800, toen er een open doorgang was tussen de Terkaplesterpoelen en de Zoutepoel.

 

Als de wind uit het westen kwam en het meer te ruig was om over te steken, bl;eef men vaak in deze inham liggen. Moeder de vrouw had dan tijd om pannenkoeken te bakken voor het middageten; vandaar deze volksnaam.

De naam Zoutepoel is ook ontstaan door de veenafgraving in deze gebieden. Deze laagveenafgravingen zijn al in de middeleeuwen gebeurd, omdat op kaarten uit de 16e en 17e eeuw deze poel al wordt aangegeven. Niet in de huidige vorm, maar wel aanwezig. Men groef hier veen, waaruit zout gewonnen werd. Deze veengrond was vrij zout door vroegere overstromingen. Het veen werd afgegraven, gedroogd en verbrand, waarna de zoute as met schepen werd vervoerd naar een plaats waar het verder werd verwerkt.