Agenda:

   Taal:    nederlands   Frysk Welkom Nieuws Kerk Terkaple Prikbord Contact  

Menu

Dorpen en bewoners
Plaatselijk belang
De Earrebarre
Voorzieningen
Jongeren
Verenigingen
Bedrijven
Agenda
Fotoalbums
Youtube
Gastenboek
Links


23 - 07 - 2011 - Toren uurwerk Terkaple Deel 2


De restauratie en in gebruikname van
het torenuurwerk van Terkaple
Deel II

L.A.A. Romeyn
In het Torenuurwerk nr. 102 beschrijft de kerkrentmeester Rindert de Bruin
de geschiedenis van het dorpje Terkaple en de plaatselijke kerk. Hij schrijft
hoe door toedoen van onze Stichting de kerkrentmeesters van de kerk van
Terkaple er van werden doordrongen dat zich in deze kerk een uurwerk
van zeer grote historische waarde bevond. Ons verzoek om het uurwerk in
onze tentoonstelling, “Torenuurwerken, Tijd voor Iedereen” (Schoonhoven,
dec. 2005 – mei 2006) op te nemen, werd gehonoreerd. Hierdoor waren wij
in staat een uurwerk ten toon te stellen zoals deze vaak door ons worden
aangetroffen: niet functionerend, vervuild en geroest.

Het uurwerk stond ongeveer
25 jaar, min of meer “vergeten”,
op de begane grond in
de toren [afb. 1].
Op de dag dat het uurwerk
weer in gebruik werd genomen
vertelde één van de
kerkrentmeesters mij dat men
ongeveer 10 jaar geleden
vond dat het uurwerk in de
weg stond en dat men er van
af wilde. Wij mogen van geluk
spreken dat het toen niet op
de schroothoop is beland.
Omdat de kerk dringend aan
onderhoud toe was, er was
onder andere houtworm, boktor
en zwam geconstateerd,
werd het uurwerk voorlopig
opgeslagen in het depot van
het museum te Joure.

Afb. 1. Het uurwerk zoals het tientallen jaren in de toren
stond opgeslagen.



Inmiddels hadden wij de kerkrentmeesters er van kunnen overtuigen dat
restauratie van dit historisch waardevolle uurwerk zeer aan te bevelen
was. Er werd besloten om de restauratie in eigen beheer uit te voeren,
omdat de financiële middelen ontbraken om dit door een daarin gespecialiseerd
bedrijf te laten doen.
Er werd een werkgroepje opgericht en de Stichting tot Behoud van het
Torenuurwerk werd verzocht als adviseur op te treden. Aanvankelijk werd
besloten het uurwerk te restaureren en een museale bestemming te
geven. Lopende de restauratie werd alsnog besloten het uurwerk weer
functionerend in de toren te plaatsen.

Door voorgaande bouwkundige
restauraties van
de toren was er niets meer
dat er op duidde dat er ooit
een uurwerk in de toren
had gestaan. Met behulp
van een oude ansichtkaart
en uit overlevering kon met
zekerheid worden vastgesteld
dat de toren ooit van
een buitenwijzerplaat was
voorzien [afb. 2].

Voor het weer functionerend opstellen van het uurwerk moesten de volgende
werkzaamheden worden verricht:

1. de restauratie van het uurwerk
2. het vervaardigen en aanbrengen van een wijzerplaat aan de buitenzijde
van de toren
3. het restaureren van de wijzerplaat in het schip van de kerk
4. het vervaardigen en monteren van een slaghamer voor de slagklok
5. het monteren van de nodige assen en haakse overbrengingen voor de
aandrijving van de wijzerwerken en het aanbrengen van de stalen
trekdraad naar de slaghamer voor de slagklok.
Tot uitvoering van deze werkzaamheden die, naast een grote deskundigheid
en vaardigheid, vooral ook historisch besef vereisten werden bereid gevonden
de heren Alle Hosper [afb. 3] uit Broek (bij Joure) en Wim Emmerink
uit Joure. De eerstgenoemde, een gepensioneerde gereedschapmaker,

Afb. 2. Op een oude ansichtkaart is een wijzerplaat te zien.



combineert in zich een zeer grote
vaardigheid in metaal bewerken met
een bijzonder gevoel voor het ontwerpen
en ontwikkelen van producten.
De steun van zijn vroegere werkgever,
het Metaalbedrijf Spanninga te Joure,
was gedurende het gehele project
onontbeerlijk. Om niet kon gebruik
worden gemaakt van de werkplaats
en benodigde materialen werden
geschonken. Wim Emmerink nam een
hoeveelheid draaiwerk voor zijn
rekening en heeft de gehele restauratie
gedocumenteerd.

De beide heren hadden al uurwerktechnische ervaring opgedaan. Alle Hosper

door het zelf bouwen van een door hem ontworpen staande klok en

Wim Emmerink als restaurator van Friese klokken. Specifieke kennis van

torenuurwerken hadden zij verkregen met de restauratie van een torenuurwerk
– een Van Bergen uit 1903 – dat in het museum van Joure staat
opgesteld. En het was dit museum dat
de ruimte beschikbaar stelde waar het
uurwerk kon worden gerestaureerd.
In het voorjaar van 2007 werd de restauratie
aangevangen.

1. De restauratie van het uurwerk
Het uurwerk is van het Noord-Nederlandse
type; in het verleden al ettelijke malen in
ons periodiek beschreven. Uurwerken
van dit type hebben wij kunnen dateren
tussen de tweede helft van de 16de eeuw
en derde kwart van de 17de eeuw. Een
exacte datering van dit uurwerk is ons
nog niet gelukt. De hoekstijlen hebben
gotische versieringen [afb. 4]. Gezien
deze versiering ligt een vroege datering
voor de hand. Lopend archiefonderzoek geeft hier mogelijk uitsluitsel over.

Afb. 3. Alle Hosper, zonder hem was de
restauratie nooit gelukt.


Afb. 4. Hoekstijl met gotische versiering.



Het uurwerk was oorspronkelijk voorzien van een waag en is omgebouwd
tot slingeruurwerk, onder andere door het toevoegen van een tussenrad
in het gaand werk.

Alle onderdelen van het uurwerk waren van een menieverflaag voorzien.

Desondanks was op veel plaatsen roestvorming opgetreden. Besloten
werd door middel van glasparelstralen de verf en roest te verwijderen.
Daartoe moest het uurwerk uiteraard volledig worden gedemonteerd. Dit
gaf de restaurators tevens de mogelijkheid de slijtage van astappen en
lagers vast te stellen. Enkele lagers moesten worden vernieuwd. Zij waren
van het type plaatlager en werden uiteraard in dezelfde stijl verbust.*)
Voor het uurwerk weer in elkaar werd gezet, werden alle onderdelen volgens
oud recept voorzien van een beschermingslaag, bestaande uit een
mengsel van gekookte lijnolie, roet en siccatief.
De bij het uurwerk aanwezige katrollen werden gerestaureerd, maar konden
om reden van veiligheid niet meer in gebruik worden genomen [afb. 5].

Afb. 5. De oorspronkelijke katrollen die om veilig-
heidsredenen niet meer konden worden gebruikt.


Twee – nog in de toren aanwezige –
gewichten drijven het uurwerk aan.
Ze hangen aan touwen die éénmaal
met behulp van katrollen zijn ingeschoren
om de valhoogte te vergroten
[afb. 6].

Afb. 6. De aandrijfgewichten.


*) Deze wijze van verbussen wordt uitgebreid beschreven in: W. HOUTKOOPER:
Torenuurwerktechniek, 2004, uitgave Stichting tot Behoud v/h Torenuurwerk.


2. Het vervaardigen van de wijzerplaat
Uit de genoemde oude afbeelding bleek dat de toren ooit van een wijzerplaat
was voorzien. Aan de hand van deze afbeelding werd de grootte en
de vorm hiervan bepaald.
Hoewel vaak houten wijzerplaten op torens in Friesland worden aangetroffen
werd als basismateriaal voor wijzerplaat en wijzers gekozen voor koperplaat.
Voor het constructiemateriaal en de bevestigingsmiddelen werd roestvast
staal toegepast.

De cijfers en enigszins bolgeklopte wijzers
werden volgens oude traditie met bladgoud
bedekt [afb. 7]. De op deze wijze
vervaardigde wijzerplaat is hiermede
“onverwoestbaar” te noemen. Pas in de
verre toekomst zal opnieuw schilderen en
vergulden noodzakelijk zijn.
Voor het wijzerwerk werd een ter beschikking
gesteld oud wijzerwerk gereviseerd.
Omdat de toren in de loop van het voorjaar
van 2010 moest worden geschilderd
kon met de daarvoor gebruikte hoogwerker
de wijzerplaat aan de toren worden
bevestigd. Zowel voor de toren als voor
de wijzerplaat heeft men gekozen voor
sprekende kleuren, waardoor een smaakvol
resultaat is ontstaan [afb. binnenzijde
voorblad].

3. De wijzerplaat in het schip van de kerk
Hiervan ontbraken de wijzers en het wijzerwerk.
In de stijl van de wijzerplaat werden – vergulde

– wijzers vervaardigd en een ter beschikking
gesteld oud wijzerwerk voor deze wijzerplaat
geschikt gemaakt [afb. 8].
Afb. 7. Het vergulden van een wijzer.


Afb. 8. De wijzerplaat in de kerk.



4. De slaghamer voor de klok
De ophanging van de slag/luidklok in zijn klokkenstoel
is zodanig dat het aanbrengen van
een standaard slaghamer niet mogelijk was.
De klokkenstoel zou ingrijpend moeten
worden gewijzigd om een dergelijke hamer
aan te brengen. Dat zou ten enenmale te
kostbaar worden. Met veel vernuft is het
Alle Hosper gelukt een goed werkende
slaghamer te ontwerpen [afb. 9].

5. De wijzeraandrijvingen
Het aanbrengen van de nodige assen en
tandwieloverbrengingen voor de aandrijving
van de wijzers aan de buitenzijde van
de toren kostte de nodige hoofdbrekens.
Er moesten hiervoor draagconstructies
worden bedacht en
vervaardigd [afb. 10].
Een oud wijzerwerk moest worden
gereviseerd en omgebouwd
om geschikt te zijn voor de aandrijving
van de wijzers aan de
buitenzijde van de toren.

Nadat alle werkzaamheden waren
verricht werd medio juni het uurwerk
in werking gesteld. Er was
besloten het uurwerk enkele maan


den te laten proeflopen alvorens
het officieel in gebruik te nemen.

De officiële in gebruikname van het uurwerk

Op 21 augustus jl. is het uurwerk officieel in gebruik genomen. Er was door

velen positief gereageerd op de uitnodiging van de kerkrentmeesters om hierbij
tegenwoordig te zijn. Schrijver van dit artikel heeft voor een volle kerk een lezing
gehouden over het ontstaan van mechanische tijdmeting en torenuurwerken.

Afb. 9. Een speciaal ontworpen
slaghamer.


Afb. 10. De aandrijving van de wijzerwerken,

1: naar de wijzerplaat in de kerk,
2: naar de wijzerplaat op de buitenzijde van de toren.
3: komt van het uurwerk.

De in gebruikname bestond uit het opwinden van de aandrijfgewichten
en het in beweging zetten van de slinger. Het was een goed idee van de
organisatoren om de jeugd erbij te betrekken door deze handelingen uit te
laten voeren door Jinte Sinnema uit Terkaple en Evert Hibma uit Akmarijp,
beiden 11 jaar oud [afb. 11a + 11b].

Afb. 11a. De opwindster Jinte Sinnema.

Afb. 11b.
Opwinder Evert Hibma.


Nadat het uurwerk in gang werd gezet was er een receptie met een hapje
en een drankje.
De rest van de dag was er voor eenieder gelegenheid het uurwerk te aanschouwen.
Daarvan werd veelvuldig gebruik gemaakt. In de regionale pers, onder
andere in de “Leeuwarder Courant” van 23-8-2010, is uitgebreid over dit
uurwerk gepubliceerd.
Het uurwerk is niet voorzien van een automatisch opwindsysteem. Het
dient daarom dagelijks handmatig te worden opgewonden. Fransje van
der Sloot, een in de nabijheid van de kerk wonende kunstenares, heeft
deze taak op zich genomen [afb. 12].
Zij staat daarin echter niet alleen. Er heeft zich inmiddels een groepje
enthousiastelingen gevormd die haar in voorkomende gevallen kunnen
vervangen.
Het uurwerk heeft sinds de in gebruikstelling perfect gelopen.


Ten slotte

Het is al enkele malen voorgekomen
dat op initiatief van
de eigenaar van een torenuurwerk
dat uurwerk in eigen
beheer – en onder begeleiding
van onze Stichting – is
gerestaureerd. Het betrof tot
nu toe altijd uurwerken die
na restauratie een museale
bestemming kregen. De restauratie
én in gebruik name
van dit historisch zeer waardevolle
uurwerk is in die zin

uniek. Het is het resultaat van een bijzonder goede samenwerking tussen

de kerkrentmeesters Uiltje Brink en Rindert de Bruin, de al genoemde Alle

Hosper en Wim Emmerink en het netwerk dat hen daarbij heeft geholpen.

Dat onze Stichting door haar initiatief en de begeleiding van het project een

niet onbelangrijke rol heeft gespeeld mag ons met enige trots vervullen.

Afb. 12. De opwindster Fransje van der Sloot.































  Terug